Een mussenkolonie die al zo’n dertig jaar een vaste plek had in een 130 meter lange heg tussen treinperron 1 en de tramrails van lijn 17 bij Den Haag Centraal, is plotseling dakloos geworden. De heg is onlangs volledig verwijderd. Dat is opvallend, omdat vorig jaar nog werd besloten de begroeiing juist uit te breiden met extra groene klimplanten om de bedreigde broedvogels te beschermen. Voor reizigers vormden de mussen jarenlang een vertrouwd tafereel tussen treinen, trams en taxi’s.
Natuurorganisaties AVN Den Haag en de Haagse Vogelbescherming maakten in juni vorig jaar bekend dat zij samen met ProRail een plan hadden ontwikkeld om het bijzondere leefgebied van de mussen te behouden. De kern van dat plan was dat de bestaande heg zou blijven staan en zou worden aangevuld met extra groen. De werkzaamheden zouden dit jaar van start gaan. Volgens de natuurorganisaties onderstreepte dit initiatief het zorgwekkende teruglopen van het aantal huismussen in de stad.
Onlangs werd de heg echter onverwacht verwijderd, waarmee ook de broedplaats van zo’n dertig mussen verdween. De ingreep blijkt te zijn uitgevoerd door vervoersbedrijf HTM, als onderdeel van verplichte onderhoudswerkzaamheden om overmatige begroeiing langs de trambanen tegen te gaan en schade aan trams te voorkomen. Voor deze werkzaamheden had HTM een vergunning moeten aanvragen, maar het bedrijf zegt dat dit per abuis niet is gebeurd. Ook ProRail, eigenaar van het terrein en verantwoordelijk voor het spoorwegnet, was niet op de hoogte van de ingreep, terwijl dit vanwege het eigendomsrecht wel had gemoeten.
Samen met de natuurorganisaties wordt nu gezocht naar een alternatief voor de verdwenen broedplaats, zoals het plaatsen van vogelhuisjes. In allerijl is een deel van de heg, ongeveer twintig meter, met spoed teruggeplaatst, maar voorlopig blijft het daarbij.